De geschiedenis van wijn in de Languedoc

Wijnbouw is het fundament van de landbouw en economie in de Languedoc. Altijd al geweest. Wijnbouw in de regio gaat terug naar de zesde eeuw voor Christus toen de Grieken de eerste wijnstokken met zich mee brachten, bloeide volledig op onder de Romeinen en in de Middeleeuwen heeft de katholieke kerk een grote bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de wijnbouw. 
Tijdens de industriële revolutie kwam er ook welvaart van de wijnbouw, de productiviteit steeg enorm, nieuwe druivensoorten, zoals Alicante, hielpen hierbij. Er waren maar liefst 150 druivensoorten. Aan het begin van de negentiende eeuw had Frankrijk de grootste wijngaarden en was de Hérault de meest productieve regio. Maar liefst 68 hectoliter werd geproduceerd per hectare, gigantisch voor die tijd. In 1875 zelfs een recordjaar met 84 miljoen hectoliter. Veel van de wijn werd gebruikt voor distillatie. De komst van de spoorweg in de tweede helft van de negentiende eeuw zorgde voor verdere groei. Wijnen konden nu makkelijker hun weg vinden naar het noorden. 
Phylloxera
Maar het ging niet alleen voor de wind, er waren ook problemen. Ziektes! In 1863 werd de phylloxera, een niets ontziende verwoestende druifluis van slechts 1 millimeter groot, ontdekt in het oosten van de Languedoc. De luis won langzaam terrein. Ondanks gigantische inspanningen om een remedie te vinden, de Franse overheid bood zelfs een beloning van 300.000 francs voor een oplossing, is deze er nooit gekomen. Het enige wat werkte, en tot op de dag van vandaag is dat nog steeds zo, is alle druiven planten enten op Amerikaanse onderstokken die wel resistent zijn tegen deze druifluis. 
Hoe de Languedoc de wijnschuur van de Frankrijk werd
Na de alles verwoestende phylloxera werden wijngaarden in de Languedoc opnieuw aangeplant als massa wijngaarden. Hiermee kwam een einde aan de traditionele werkwijzen, teelt en productie. Dit betekende ook het einde van vele druivensoorten. Rond de eeuwwisseling was de Midi, zoals de Languedoc ook wel wordt genoemd, veranderd in een regio met een monocultuur. Geen mix meer van graan, olijven en wijn. Maar alleen nog maar wijn, wijn en nog eens wijn. 
Onder de schijnbare welvaart en het herstel van de druifluis crisis waren er economische en sociale problemen. De Languedoc was zo’n belangrijke regio geworden in de aanvoer van wijn, dat een slechte oogst meteen een groot wijn tekort in het hele land betekende, terwijl een hele goede oogst meteen voor een overschot zorgde. Na een aantal jaren van goede oogst, was de prijs enorm gezakt. In 1880 koste een hectoliter wijn uit de Languedoc 30 francs, in 1900 nog maar 10 francs terwijl de productie alleen al 15 francs kostte. Een paar jaar later zakte de prijs zelfs nog verder tussen de 6 en 7 francs. 
Overproductie was het probleem van deze crisis, maar men wilde dit niet inzien. Opstand onder wijnboeren volgde, bien sûr! Zij gaven de overheid de schuld. Er kwamen maatregelen, zoals déclaration de récoltedéclaration de stock, maar overproductie bleef gedurende de twintigste eeuw grotendeels bestaan, met hevige disruptie van de markt van tijd tot tijd tot gevolg.  
Cave coopératives
Het opzetten van cave cooperatives werd als mogelijke oplossing gezien tegen overproductie. In 1901 werd de eerste cave cooperative opgericht in de Languedoc. In 1914 waren er al 27. In eerste instantie waren ze bedoeld om de wijnboeren te helpen met de verkoop van de wijn. Maar gaandeweg begonnen ze gezamenlijk wijn te maken, en zo ook slim materiaal en kelders te delen. De Eerste Wereldoorlog zorgde voor een pauze in de ontwikkeling van de cave cooperatives, maar in de jaren ‘20 en ‘30 kwam de beweging echt van de grond: 340 cave cooperatives werden in die periode opgericht. 
Problemen blijven voortduren
Hoewel de wijnconsumptie per inwoner toenam, zorgden gigantische oogsten in de jaren 1934 en 1935 weer voor grote problemen. Meer dan 200 miljoen hectoliter werd er in die jaren geproduceerd, terwijl de jaarlijkse consumptie maar op 70 miljoen hectoliter lag. Ondanks nieuwe regels vanuit de overheid over maximale opbrengsten, bleven de problemen bestaan. Primes d’arrachage werden in het leven groepen: als boer kreeg je subsidie voor het weghalen van wijnstokken. De Tweede Wereldoorlog bracht wat verlichting. Maar na de afloop van de Tweede Wereldoorlog bleef de Languedoc een regio van massa en daarmee vaak overproductie en bleven de problemen bestaan. Er was een structurele oplossing nodig. De Fransen begonnen na de oorlog ook nog eens minder, maar kwalitatief gezien betere wijn te drinken. Dit betekende niet veel goeds voor de Languedoc waar de wijnen niet bekend stonden om hun kwaliteit. 
Eindelijk verlichting
Uiteindelijk is het probleem geleidelijk af aan afgenomen doordat het aantal wijngaarden door de jaren heen is teruggelopen. In 1968 waren er nog 431.000 hectare wijngaard, in 1997 nog 292.000 en in 2017 nog maar 224.000. Het woordje ‘nog’ is hier natuurlijk relatief. Tegelijkertijd is de opbrengst per hectare flink terug gelopen. De primes d’arrachage hebben hun bijdrage geleverd en er is een verschuiving geweest in de locatie van wijngaarden. Van hoog producerende vlakke gebieden in de zeegebieden, naar minder productieve maar kwalitatief interessante gebieden hoger geleden in de bergen. 
De regio is nu rendabel op een manier die ondenkbaar zou zijn geweest in de jaren ‘80 van de vorige eeuw. Niet langer is een bulk van subsidie van de overheid en de EU verantwoordelijk voor de inkomsten, maar verdient de wijnboer zijn eigen geld. 
De Languedoc van de 21ste eeuw
De Languedoc is de regio in Frankrijk die zich het meest heeft ontwikkeld de afgelopen twintig jaar. Ze hebben het imago van bulkwijn langzaam van zich weten af te schudden. Niet langer is het een regio die alleen maar de wijnplas van Europa vult met nietszeggende wijnen. De veranderingen die hebben plaatsgevonden zijn buitengewoon. Maar wat zijn die veranderingen? 
Dat zijn er vele, maar bovenliggend is dat de regio zelfvertrouwen heeft gekregen. De Languedoc heeft vertrouwen in zijn eigen vermogen om geweldige wijnen te maken. Ze hebben hun terroir herontdekt en zijn zich bewust geworden wat voor moois ze in handen hebben. Ze durven hun eigen koers te varen, en niet langer de mode van de Bourgogne of Bordeaux te volgen. Daarnaast hebben bouw- en vinificatietechnieken hebben zich enorm ontwikkeld, overal ter wereld, en ook de Languedoc profiteert daarvan. 
Kijkende naar wat het is wat de men vandaag de dag willen drinken, is er ook een schifting geweest in wijnbouw en wijn maken. We willen vandaag de dag frisse wijnen. Lichter, minder zwaar. Verteerbaarder. Als logisch gevolg hiervan zijn wijngaarden opgeschoven naar de koelere hellingen en heuvels. Zie daar het gigantische succes van een van de nieuwste appellaties van de Languedoc: Terrasses du Larzac. 
Ook in de kelder wordt er gestreefd naar frisse, goed drinkbare wijnen. In de vorige eeuw ging het allemaal over extractie, overextractie vaak. Heel veel maceratie, skin contact en heel veel nieuw hout. Het resultaat was vaak alles behalve elegant. En het terroir was niet meer terug te proeven. Wijn werd eigenlijk in de kelder gemaakt. De nieuwe generatie wijnmakers distantiëren zich hier van en gaan uit van de filosofie dat wijn in de wijngaard wordt gemaakt. 
Bron: George, R. (2018), Wines of the Languedoc. 
Terug naar blog